Vijf succesfactoren bij LOB-implementatie in het (v)mbo

door Marinka Kuijpers – gepubliceerd in Profiel Actueel, juni 2017. 

In 2016 schreef ik samen met twee experts een artikel over de valkuilen van het invoeren van LOB in scholen (Kuijpers, Kerkhoffs en Kirsten, 2016). Op basis hiervan deel ik enkele succesfactoren die van toepassing kunnen zijn in het (v)mbo.
pexels-photo-147485

Succesfactor 1: Duidelijkheid over het ‘daarom’ van LOB

De eerste uitdaging is om te formuleren wat onder LOB wordt verstaan en wat LOB moet opleveren: het ‘daarom’ vaststellen. In veel begeleidingsgesprekken en opdrachten in LOB-methodes wordt gevraagd naar talenten en motieven. Daarmee gaat men ervan uit dat de studenten dat al weten, in plaats van dat ze leren hoe ze dat kunnen ontdekken. Werken met deze loopbaancompetenties betekent juist het proces om tot dat antwoord te komen, niet enkel het vragen ernaar.

Datzelfde geldt voor loopbaansturing. De vraag is wat je als school wilt doen om de student (te leren) eigenaar te zijn van zijn loopbaan. Zelfstandig leeractiviteiten laten uitvoeren, is niet hetzelfde als leren om zelf invloed uit te oefenen op je leren. De uitdaging is dus om te formuleren wat LOB moet opleveren: wat studenten kunnen leren op het gebied van loopbaanontwikkeling en wat ervoor nodig is in het onderwijs om dat mogelijk te maken.

Succesfactor 2: Integreer LOB in het onderwijs als continu leerproces

Vanuit het onderwijsperspectief zou het wellicht logisch zijn om een nieuwe opdracht voor het onderwijs onder te brengen in een vak met specifieke lessen en een methode. De vraag is of je een loopbaan leert ontwikkelen zoals je de kennis of vaardigheden van een vak ontwikkelt. Loopbanen ontwikkelen zich niet naast het leren en werken, maar door ervaringen in leren en werken. Bij loopbaanontwikkeling is het daarom van belang om de ervaringen, die jongeren opdoen binnen en buiten school, te gebruiken om een zelfbeeld te leren ontwikkelen. Om deze verbinding te maken en studenten te stimuleren om loopbaanacties te ondernemen, is begeleiding nodig. Zo kunnen ze zichzelf ontwikkelen en zich profileren op de gebieden waar hun kwaliteiten en motieven liggen.

Succesfactor 3: Leer de student kiezen door reflectie op ervaringen en keuzes

Stages bieden kansen om ervaringen op te doen. Om betekenis te geven aan ervaringen is meer nodig. De student moet dan de vraag beantwoorden ‘Wat zegt deze ervaring over mij in relatie tot werk?’. Keuzes in vakken en minors bieden studenten de kans om te leren kiezen, en om door het maken van verschillende keuzes te experimenteren en zich te profileren. Dat we studenten laten kiezen, betekent echter nog niet dat ze ook leren kiezen. Daarvoor zijn begeleidingsgesprekken nodig en moeten alle activiteiten met elkaar verbonden zijn. Belangrijk is dat studenten hun ontwikkeling met betrekking tot zelfbeeld, werkbeeld, prestatiebewijzen en netwerken registreren, zodat ze een relevant cv samenstellen voor bijvoorbeeld een stagegesprek, project of sollicitatiegesprek.

Succesfactor 4: Voer effectieve loopbaangesprekken

De vierde uitdaging is om begeleidingsgesprekken (ook) loopbaangericht vorm te geven, in dialoog i.p.v. monoloog. Begeleidingsgesprekken gaan in veel scholen over studieresultaten en problemen die studenten thuis of op school ervaren. Studenten horen of vertellen tijdens deze gesprekken alleen wat ze al weten. Ze krijgen hierbij geen nieuwe inzichten of handvatten om hun loopbaancompetenties te ontwikkelen. Als de student moet leren nadenken, praten, keuzes maken en stappen nemen, is het van belang dat de student aan het woord is. Studenten moeten dit soms nog leren. Dat vraagt om docenten die in staat zijn concrete, begrijpbare en behapbare vragen aan studenten te stellen, en vervolgstappen met de student te bespreken.

Succesfactor 5: Bied begeleiders handvatten om LOB te implementeren

De vijfde uitdaging is om begeleiders voldoende handvatten te bieden zodat ze verantwoordelijkheid kunnen nemen om LOB te implementeren, op een manier waarbij studenten leren kiezen voor hun toekomst. Dit betekent dat de dialoog gevoerd moet worden, op verschillende niveaus, over het ‘daarom’ van LOB en dat professionalisering nodig kan zijn voor het ‘hoe’ van LOB.

LOB is geen structuur- maar een cultuurverandering.


Loopbaangroep

Loopbaangroep